Katholiek Ede

Overweging 23e zondag d/h jaar door pastor A. van Dijk

catechese1Soms zeg je achteraf wel eens tegen jezelf: wat stom van me dat ik dat niet heb gezegd in een vergadering of dat ik haar of hem niet gewaarschuwd heb!

Maar op het moment dat je het had kunnen of moeten doen, dacht je: misschien moet ik iets zeggen? maar: moet ik het wel doen? niet iemand anders, die voornamer is dan ik of er meer bij betrokken is?

Zo sta je vaak in twijfel of in angst. Of pleiten we ons zelf vrij, als we het eigenlijk wel hadden moeten doen.

Zeker, er is een grens aan je verantwoordelijkheid, en ook aan je durf en je vermogen.

Soms kun je tegen jezelf of anderen zeggen:

gelukkig heb ik tegen hem of haar gezegd, en heeft die zich bedacht en deed die geen domme dingen.

Gelukkig heb ik haar/ hem gewaarschuwd en heb ik nog alternatieven aangedragen.

Maar: uiteindelijk heeft ieder zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. Die kun je niet afnemen of overnemen.

De Evangelielezing maant ons tot voorzichtigheid en barmhartigheid.

Als iemand iets niet goed heeft gedaan, spreek hem er op aan onder vier ogen: kalm, bescheiden. Zet geen grote mond op, maak geen kabaal, maar benader die ander rustig, begripvol. En als jij het allen niet kunt redden, haal er nog en ander bij. En als dat nog niet lukt, haalt er iemand van de kerk bij- een wijze, betrouwbare mede-parochiaan of een pastor. Want je wilt toch graag dat die persoon anders doet, zich anders gedraagt , zich bedenkt, goed doet, voor zichzelf en voor anderen.

Ja ,misschien hebben we daar wel moeite mee, elkaar aanspreken vanuit je geloof.

Ik las van de week in de krant dat toen de Saddam Hoessein gevangen genomen zou worden, heel de groep van de Amerikaanse leiders bij elkaar zat en via de tv. meekeek of het zou lukken. Onder hen ook Jo Biden, de mogelijk nieuwe president, en als je goed keek, kon je zien dat hij een rozenkrans in zijn hand. Te midden van zijn collega’s , voor het oog van de hele wereld, gelovig en niet gelovig of anti-gelovig, wilde hij er voor uitkomen dat hij bad voor een goede afloop.

Ja, en als iemand echt niet wil luisteren, naar niemand wil luisteren-, ja , laat het dan maar los, trek je dan maar terug,. hoe jammer je het ook vindt. Ieder heeft uiteindelijk haar of zijn eigen verantwoordelijkheid. Je kunt niemand die volwassen is en eigen beslissingen moet nemen, tot iets dwingen,. Dan neem je hem niet serieus.

Die persoon plaatst zich buiten de groep of gemeenschap . De lezing zegt het wel heel hard: beschouw hem als een heiden of tollenaar. Zo hard zouden wij het niet meer durven of mogen zeggen.

We kunnen niet goed in een samenleving, parochie of gezin leven, als we elkaar niet kunnen / willen vergeven. Dan verharden we relaties, de sfeer is te snijden. Je ontloopt elkaar, of zit elkaar dwars, je gunt elkaar het goede niet meer en zo stapelen we fout op fout.

We kunnen er onder gebukt gaan dat een verhouding of situatie niet goed is. Er ligt dan een last, een zwaarte op je, je kunt niet vrij ademen. Vergeving helpt je om de last, die op je drukt, van je af te laten glijden en weer anders, nieuw tegenover elkaar te staan. Het schept ruimte om te leven, vrijheid om met elkaar om te gaan en weer op elkaar te kunnen vertrouwen. Vergeven schept vreugde in je ziel, je hart; je haalt opgelucht adem. Er kan een andere , goede geest groeien.

De twee laatste gedeeltes van het Evangelie zijn haast niet begrijpen,

het zijn eigenlijk meer teksten om te overwegen.

“Wat jullie binden op aarde of ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn”..

Vaak hoor je mensen zeggen: wij hebben elkaar onze huwelijksbelofte gegeven en we hebben het gevoel dat we niet allen voor elkaar, maar ook voor God verbonden zijn. Of : ik doe dat vrijwilligerswerk voor anderen, voor mezelf, maar ook wel voor de gemeenschap, en als ik heel diep in mijzelf kijk, ook wel voor God.

Zo mogen we ook denken als het gaat om vergeving.

Als wij elkaar echt en van harte vergeven, is het ook voor God vergeven.

We hebben dus een grote gave en opgave, en een grote macht en verantwoordelijkheid.

Een andere zin uit het slotgedeelte:

“Als je met z’n tweeën eensgezind iets vragen- het mogen zijn wat het wil- zij zullen het verkrijgen van mijn Vader , die in de hemel is”. We zullen vaak heel andere ervaring hebben. Vroegen we dan niet goed? vroegen we iets verkeerds? . Geen idee.!

Iemand zei eens: als ik vraag of als ik bid, heb ik het idee dat ik mijn handen open in de lucht houd en dan wel zie wat er in valt, en daar dan mee tevreden ben. Wat is krijg, ontvang, beschouw ik als een gave, een geschenk. Ook al heb ik iets anders gekregen dan ik gehoopt en verwacht had. Mijn leven is een geschenk, met alles wat ik daaraan ontvang aan dingen die gehoopt had en ook die ik niet gehoopt had.

Pastor Marinus van de Berg heeft , na de vele boeken, die hij al geschreven heeft, laatst een klein boekje geschreven, getiteld: ”Reisgebeden”. Onderweg, meestal naar een voordracht, viering of herdenking, schreef hij zijn gedachten , gebeden op. Onder andere deze:

“U vergelijkt me niet.

U legt mij niet langs een meetlat.

U weegt mij niet af.

U aanvaardt mijn zoeken, mijn vallen en opnieuw beginnen.

U draagt mij waar geen weg is.

U herijkt mij telkens weer in uw liefde”.

( Marinus van den Berg, Reisgebeden, pg . 19).

Copyright © 2020 Katholiek Ede. Alle rechten voorbehouden.