Katholiek Ede

Overweging 28e zondag d/h jaar door em.pastoor G. Peters.

boekbesprekingOok vandaag treffen we in het evangelie een parabel aan, de derde op rij, eigenlijk twee, maar de laatste hebben wij in de liturgie weggelaten, omdat de eerste al genoeg stof tot nadenken geeft.

Vorige week was het overduidelijk te herkennen, dat God, het volk, Jezus en degenen die zich bedreigd voelden door Jezus, een rol in de parabel speelden.

Vandaag is het zeker zo herkenbaar. God wordt voorgesteld als de grote gastheer, of misschien mogen we zeggen: gastgever.

Hij richt een bruiloftsmaal aan voor zijn Zoon.

Een bruiloftsmaal...........dat is toch niet zo maar een etentje waar je je verplicht voelt om naar toe te gaan.

Een beetje bruiloft kost tegenwoordig al gauw zo’n € 15.000,–,

dus je weet van tevoren dat het geen feestje van niks is.

En bovendien: een bruiloft, daar wordt toch de liefde gevierd,

daar wordt iedereen uitgenodigd om te delen in de vreugde, van de ouders, familie en vrienden en natuurlijk van degenen die gaan trouwen.

Tot twee keer toe worden mensen uitgenodigd en de bedienden worden genegeerd of zelfs vermoord.

Als gastgever sta je lelijk te kijken, het is eigenlijk heel triest en vernederend, wanneer je mensen op een feest vraagt en niemand heeft er zin in, niemand voelt zich geroepen, hoe er ook wordt aangedrongen.

Want je vraagt in eerste instantie mensen waarmee je wat hebt, waar je een band mee hebt, naasten, vrienden, mensen waar je iets mee hebt doorgemaakt.

En dan gebeurt er eigenlijk hetzelfde als in de eerste lezing:

de kring van uitgelezenen, van speciale mensen, die oorspronkelijk geroepen waren,

wordt verbreed naar alle mensen van goede wil;

naar mensen die in eerste instantie niet op het lijstje stonden.

Maar ook van hen wordt verwacht dat ze zich uiteindelijk wel als gast,

als feesteling, als geroepene zullen gedragen;

dat ze willen beantwoorden aan de uitnodiging,

méér dan alleen door te komen.

Net als in de vorige parabels worden de schriftgeleerden en oudsten door Jezus erop gewezen dat God door zijn profeten al zo vaak heeft uitgenodigd maar dat zijn uitnodigingen steeds worden afgeslagen,

ja, er wordt zelfs heel afwijzend op gereageerd.

En zelfs wanneer Hij het beste van zichzelf geeft, zijn eigen Zoon, dan is het antwoord negatief. Hij blijft echter nodigen, roepen, zijn heil aan mensen aanbieden.

Zowel in Jesaja als in deze parabel, worden ook de niet-joden uitgenodigd maar ook zij dienen op passende wijze aan de invitatie gehoor te geven.

Gehoor geven aan een uitnodiging gaat verder dan vrijblijvend een kijkje nemen hoe het daar is.

God blijft mensen uitnodigen, Hijzelf, in ons mensen, rechtstreeks.

Maar ook als kerk zijn wij denk ik de dienaren, die mensen uitnodigen voor het bruiloftsmaal.

Je kunt je daarbij de vraag stellen: wie nodigt de kerk uit?

Een uitgelezen kring van mensen, die strikt past binnen de kaders van het door de kerk gestelde, waardoor anderen zich er niet thuis voelen, of gaat het verder?

Wordt iedereen, goeden en slechten uitgenodigd, die zich thuis voelt, zonder verder ergens naar te kijken?

De kerk als dienaar, dient uiteraard rekening te houden met de wensen van de gastgever.

Ook hier mogen we zeggen: genodigd worden zij die in hun leven een goede relatie met God hebben weten op te bouwen of willen opbouwen.

Want het is wederzijds: wanneer je genodigd wordt, dan beteken je iets voor de gastgever, het is een teken van genegenheid, erkenning en dankbaarheid.

De relatie met deze gastgever wordt getypeerd, denk ik, door het voornaamste gebod: God liefhebben en de naaste als jezelf.

Dat is een van de weinige aanbevelenswaardige en geoorloofde driehoeksverhoudingen, als we het dan toch over relaties hebben.

God liefhebben en de naaste als jezelf: dat is een bruiloftskleed dat in alle maten verkrijgbaar is en iedereen past, wanneer die zelf wil.

U kunt zich misschien voorstellen, dat ik de uitnodiging voor het bruiloftsmaal door de kerk, ook wat heb gerelateerd aan de ogenschijnlijk steeds minder wordende bruiloftsgasten.

Uitslapen, sporten, samen ontbijten, voor velen is de zondag de enige dag dat men samen ontbijt, de dag dat mensen studeren, de administratie bijwerken, winkelen, de weekendkranten doornemen, het zijn allemaal argumenten om geen gehoor te geven aan de uitnodiging.

Hebben we dan zo weinig feestelijks te bieden?

Of wordt volgeling van Jezus zijn zodanig ingevuld, dat het zich volkomen buiten het gezichtsveld van de kerk afspeelt?

Misschien is de uitnodiging wel verkeerd opgesteld,

niet uitnodigend genoeg,

biedt het onvoldoende uitdaging om je voor te bereiden op het feest.

Allemaal vragen en veronderstellingen en een antwoord is niet zo gemakkelijk voorhanden.

En als wij hier bij een bruiloftsmaal zitten, dan hebben we niets aan doemdenken of aan een negatieve sfeer.

Daarom denk ik, dat we ons mogen vasthouden aan iets in de parabel,

dat we misschien over het hoofd zien.

Er werden immers maar enkele voorbeelden gegeven, van mensen die vergeefs door de gastgever werden genodigd tot zijn feest.

Maar we hebben gelukkig te maken met een koning die steeds blijft roepen, iedere generatie weer,

die iedere mens met name roept, met zijn of haar eigen geschiedenis.

Voor wie het bruiloftsfeest een eigen feest is met een persoonlijke invulling.

De psalm immers, die we hebben gehoord, spreekt ons persoonlijk aan:

Gij nodigt mij aan uw tafel,

met olie zalft Gij mijn hoofd,

mijn beker is overvol.

Wanneer we tot dat inzicht mogen komen, mogen we elkaar ontmoeten onder die gemeenschappelijke noemer; dan wordt een samenkomen werkelijk tot een bruiloftsfeest waar de liefde van God voor mensen en mensen onderling wordt gevierd aan één tafel, waar ieder welkom is en zichzelf mag zijn.

Amen.

Copyright © 2020 Katholiek Ede. Alle rechten voorbehouden.